Geplaatst in Mensen

Te vroeg

Op het nippertje bemachtig ik het laatste zitplekje in de volle treincoupé. Pffff even zuchten hoor, het is weer een enerverende dag geweest op kantoor.

Ik kom ‘s-morgens op kantoor en zie in mijn mail dat cliënt zelf al heeft geregeld dat er vanmiddag na 16.00 uur een koerier de stukken komt ophalen. Dat is mooi geregeld want ik verwacht dat de stukken rond half vier klaar zullen zijn.

Maar wat wil het? De bel gaat om kwart voor drie, de koerier! “Komt u maar even binnen”, zeg ik, omdat ik de stukken namelijk nog even in een envelop moet doen, de begeleidende bon is al geprint en die laat ik hem zien. “Oh, het ligt dus niet klaar!” roept de koerier bruusk uit als hij naar binnen stapt. “Als het niet klaar ligt, ga ik er dus weer vandoor. Ik kom morgen wel weer terug.” En BAM hij slaat de deur achter zich dicht en springt weer in zijn UPS busje. Ik sta nog naar lucht te happen omdat ik nog wil roepen; “Nee, morgen moeten de documenten in Italië zijn!” Maar het is al te laat, de onvriendelijke koerier is er al vandoor. Iedereen is totaal beduusd, we kunnen niet geloven dat dit echt gebeurt. De koerier is nota bene vijf kwartier te vroeg en toch wil hij niet 10 tellen wachten tot ik het in een envelop duw. Snel bel ik mijn cliënt op, die de koerier uiteindelijk zal betalen en de stukken zeker op tijd in Italië wil hebben.

Er wordt gauw actie ondernomen want nog voor drie uur staat dezelfde koerier weer voor onze deur. Nu zal ik hem eens even laten horen hoe ik erover denk. “Ja, daar ben je weer! En nog steeds ben je veel te vroeg. Jij bent namelijk VANAF vier uur besteld!” Hij kijk mij geërgerd aan. Volgens zijn instructies wordt hij vanaf drie uur verwacht. “En dat is het bijna,” voegt hij er smalend aan toe. Wat een figuur! Ik overhandig hem de envelop en de waybill. “Dat moet erop geplakt worden.” Hij kijkt net even te triomfantelijk naar mijn mening.

“Oh, heb je wel tijd om daarop te wachten dan?” sneer ik terug en loop op mijn gemak naar mijn bureau om het erop te plakken. “Nog geen kwartier geleden had je niet eens het fatsoen om te wachten op een envelop” ga ik nog even lekker door tegen hem. Wij zitten allemaal in één ruimte dus al mijn collega’s volgen de conversatie en in gedachten zie ik ze al met de duimen omhoog, geef hem van katoen!

“Ik heb intussen alweer vier bestellingen opgehaald, dus” schept meneertje-ongeduld schaamteloos op.

“Oh dus dat is het dan wel waard om onbeschoft te doen?”

“Het begint met op een bepaalde toon binnengeroepen te worden, ik heb niet met je geknikkerd” antwoordt hij tot mijn verbijstering.

Ik geef hem de envelop. “Dank u en fijne dag verder.” Nee, dat krijg ik er echt niet meer uit, ik doe zwijgend de deur achter hem dicht. Mijn collega’s barsten los, iedereen vindt er het zijne van.

Nou ja, dat hebben we ook weer gehad. Daarom ben ik vanavond extra blij met een zitplaats in de trein, kan ik mooi mijn verhaal kwijt.

Advertenties
Geplaatst in bijna 50

Een onderscheiding, een beetje tipsy en een race over de Maas

Eindelijk is het zover, ons eerste echte bedrijfsuitje. Ons kantoor telt 10 mensen, precies een mooie groepsgrootte. Het begint met een brunch op kantoor. Ik zit nog wat te pielen met de voicemail die ingesteld moet worden. Zal je net zien dat het op zo een dag niet direct wil lukken, maar met de telefonische helpdesk los ik het toch nog op tijd op. We kunnen op pad. Het taxibusje brengt ons van hartje Amsterdam naar het bruisende centrum van Rotterdam waar we in een luxe hotel onze koffertjes droppen. We gaan lopend door het centrum naar de Arminiuskerk, waar zich in de kelders Dr. Watsons Escape Rooms bevinden. De meesten van ons hebben hier geen ervaring mee en we vragen ons af wat ons te wachten staat. Na een korte introductie worden we in twee groepjes van 5 verdeeld. Mijn groepje wordt als eerste in een kamer opgesloten, nadat we het eerste raadsel goed hebben opgelost zit de stemming er meteen goed in en gaan we enthousiast en fanatiek verder met het ontrafelen van de mysteries die ons worden voorgeschoteld. Nadat we wat hersenkrakende raadsels hebben opgelost, opent zich een deur naar een tweede kamer. Ook hier moet weer flink gepuzzeld worden, iedereen helpt mee, onze teamspirit krijgt er een flinke boost van. In de derde en laatste kamer hebben we het het zwaarst, pas in de laatste minuut weten we uit de kamer te ontsnappen. Het was helemaal geweldig. De kamers waren allemaal ingericht in het thema van het spel, heel sfeervol. Ook de andere groep heeft het gehaald, iedereen ontvangt als onderscheiding een speldje, dat ik meteen trots op mijn borst speld. Zeer voldaan komen we weer uit de kelders en zijn we klaar voor het vervolg van ons programma. We wandelen door het centrum naar een restaurant dat een aparte barruimte heeft, waar een cocktail-meester op ons wacht om ons een workshop cocktail maken te geven. Bij binnenkomst worden we meteen al verwelkomd met een heerlijke frisse cocktail. Ik ben normaal geen grote drinker maar ik heb dorst dus ik drink mijn glas in een keer leeg met het rietje. Ik voel ‘m meteen goed binnenkomen. We krijgen een uitgebreid verslag te horen over het ontstaan en de ontwikkeling van de cocktail. Ook krijgen we een toelichting op de verschillende dranken die klaar staan op de bar en op de attributen die we gaan gebruiken. Al gauw staan we zelf te mixen en te shaken en vooral te proeven. Het wordt een gezellige boel. Wanneer de workshop er na twee uurtjes op zit, ben ik vrolijk aangeschoten. Maar de verwennerijen zijn nog niet van de baan want ’s avonds gaan we heerlijk uit eten bij een Italiaans restaurant. We hoeven niets te kiezen, alle gangen zijn al geregeld, het wordt een ware smullerij. Ik hou het nu wijselijk bij koffie en appelsap. De avond sluiten we af in de bar van het hotel. Gelukkig mag er uitgeslapen worden, we worden de volgende morgen pas om tien uur aan het ontbijt verwacht. Ik ben ’s morgens de enige die nog steeds trots het speldje draagt. Na het ontbijt worden we verwacht op een steiger in een zijkanaal van de Maas. We zullen een vaartocht maken met een speedboot, een RIB boat (rigid inflatable boat).

boot

Iedereen hijst zich in een waterdichte overall en krijgt een zwemvest aan. We zien er uit als een groep teletubbies. Als mij wordt aangeraden mijn bril af te doen, krijg ik toch wel de zenuwen. Dus wanneer onze kapitein vertelt dat de minder dapperen maar beter achterin de boot kunnen gaan, weet ik niet hoe snel ik een plekje moet zoeken. Het is typerend dat de mensen met de grootste mond het meest achterin zitten. We zitten als op een scooter, aan elke kant een been en we houden ons vast aan een beugel voor ons. Eerst rustig het kanaal uit, de Maas op. Daar gaat meteen het gas erop. We schieten over het water. Het hotst en stoot, ik klem de zitting vast tussen mijn benen en knijp me vast aan de beugel, ik gil. Ook mijn collega naast mij is aan het gillen. Met hoge snelheid worden er scherpe bochten gedraaid, we liggen bijna dwars op het water. We smeken de kapitein om te stoppen, hij luistert gelukkig en neem wat gas terug. We stellen zelfs voor om ons maar terug te brengen zodat hij met de andere nog even wild kan doorgaan, maar daar wil niemand van horen, dan maar wat rustiger. Van voor in de boot worden we verbaasd aangekeken, zij vinden het juist helemaal het einde. Oh, wat voel ik me oud nu. We voelen ons schuldig maar willen echt niet meer met topsnelheid. Dit is echt te eng, mensen. Het is wel heel gaaf als we tot vlak onder de boeg van de ss-Rotterdam varen, zo van onderaf gezien lijkt de boot nog imposanter. Nog één keer wordt er flink gas gegeven en een rondje gedraaid, ik neem het voor lief want ik zie dat we het zijkanaal weer indraaien. Opgelucht haal ik adem, het zit erop. Wat ben ik toch ook een held op sokken. Dit was de afsluiting van een zeer geslaagd uitje. Oma heeft wel weer heel wat meegemaakt.

Geplaatst in Amsterdam

Quality time

Vrijdagavond, we hebben een afscheidsetentje met mijn stiefzoon Gábor en zijn vriendin Klaudia. Ze zijn een week in mijn flatje geweest, terwijl ik bij Harmen logeer. Zoon Peter en Alicia hebben gereserveerd bij een bekend restaurant in Amsterdam. Iedereen gaat er met zijn eigen auto naar toe, maar voor mij is de metro praktischer zo direct na het werk. Ik loop naar Centraal om de metro naar Weesperplein te pakken. Ik denk nog; lekker makkelijk, alle lijnen komen langs Weesperplein, maakt niet uit welke ik pak. Wel dus als je zoals ik aan de achterkant van Centraal op de metro stapt. Dat is namelijk de noord-zuidlijn en die komt als enige lijn vanaf Centraal niet over halte Weesperplein. Ik zit zo op mijn mobieltje te loeren dat ik pas bij Europaplein doorkrijg dat ik in de verkeerde metro zit. Ik stap uit en besluit terug te lopen richting centrum. Het zit niet mee want na tien minuten begint het te regenen.

Zeiknat en veel later dan gepland stap ik het restaurant binnen. Gábor en Peter en hun dames zijn ook nog maar net binnen omdat het parkeren veel tijd heeft gekost. We schuiven aan op de u-vormige bank om de te kleine tafel. Terwijl de twee halfbroers het nog over het moeilijke en dure parkeren hebben, komt als laatste ook hun vader binnen met de mededeling dat de achterkant van zijn auto uitsteekt over een invalide parkeerplaats. Oei! iedereen raadt hem aan om de auto te verplaatsen. Hij vindt dat er eerst maar besteld moet worden.

Na het voorgerecht zal hij de auto wel even ergens anders zetten. We bestellen het drinken en bestuderen de menukaart. Het is enorm druk in het restaurant en het is moeilijk elkaar boven de herrie uit te verstaan ondanks dat we zo krap op elkaar zitten. Als we eindelijk ons voorgerecht krijgen en ik naar buiten kijk of het nog steeds regent, doe ik een uitroep van schrik.

sleepauto

“Je auto!” Iedereen aan onze tafel draait zich om naar het raam en ziet dat de ons bekende rode stationwagen wordt weggesleept. Gábor en zijn vader gaan er meteen achteraan, terwijl wij de ober roepen om hun gerechten te cancelen. Die zijn voorlopig wel even zoet.

Zo hebben vader en zoon (voor 373 euro) ook weer eens wat quality time samen.

 

Geplaatst in Mensen

Kathmandu

Gezellig uit eten met mijn ex-collega Merlien. In de buurt zit een Nepalees restaurantje waar ik anderhalf jaar geleden goed heb gegeten met Harmen. Zij is er nog niet geweest dus lijkt het ons een goede optie.

We komen aan met de fiets, maar kunnen die nergens kwijt op de smalle stoep voor het restaurant. Dan maar op het terras met de fietsen, daar zit toch niemand deze tijd van het jaar. De mevrouw van de bediening gebaart ons al dat het prima is.

Binnen worden we door de vrouw ontvangen, terwijl ze ons een ietwat onverstaanbaar welkom heet. “Waar mogen we gaan zitten?” Ze maakt een gebaar naar rechts. “Daar of die daar.” We kiezen een tafel bij het raam. Aan een tafel schuin achter de onze zit een stel van ongeveer onze leeftijd. Ze begroeten ons hartelijk.

We bestellen wat te drinken en krijgen de menukaart. Deze is niet erg uitgebreid, maar goed als het lekker is, geeft dat niks.

De serveerster, nog steeds dezelfde vrouw als bij de deur – blijkbaar is zij de enige bediening – geeft uitleg bij de kaart. Die uitleg bestaat uit het aanwijzen van het kopje, het hardop voorlezen van het kopje, “VOORGERECHTEN” en dan gaat ze met haar vinger langs de gerechten die daaronder staan opgesomd. Zo gaat ze langs alle kopjes. Wij wisselen snel een blik met elkaar. “En er is ook rijsttafel voor twee persoon. Voor 32,50” voegt ze er aan het eind van haar geniale uitleg aan toe.

Merlien kijkt even naar de kaart en vraagt of er naast rijst ook patat bij de gerechten geserveerd kan worden.
“Pottah?”
“Nee, patat.”
“Pottah? Medium pottah?”
Onze wenkbrauwen schieten omhoog. What the heck?

“Ik ga de kok vragen” zegt de serveerster die onze verbazing ziet en weg is ze. De tafel naast ons heeft het ook meegekregen en laat zich met verbazing uit over het gedrag van de serveerster. We lachen er samen wat om.

Wij buigen ons over de kaart. Merlien kiest de King prawns (lekker reuze garnalen!) en vooraf dumplings. Ik wil beginnen met een soepje en lamskarbonaatjes als hoofdgerecht.

Daar komt ze weer. Er kan pottah besteld worden. “Ik bedoel dus frietjes.” Zegt Merlien voor de duidelijkheid als ze haar bestelling opgeeft, met een bordje patat erbij.
“Ja ja, wilt u soos bij?” Merlien fronst, ik moet lachen. “Saus, Merlien. Of je er mayonaise bij wilt.” Dat wil ze.

“De dumplings zijn vegetarisch, wilt u ze gevuld met gehakt of met kip?” Merlien weet niet hoe ze het heeft. “Vegetarisch met gehakt of kip?!”
“Ja mevrouw.”
“Doet u mij maar vegetarisch met gekruid gehakt dan.” Zegt Merlien droog. Ik schiet in de lach. Als alles besteld is en de serveerster weg loopt, horen we de tafel naast ons ook gniffelen. Samen hebben we nog wat verbaasde pret over de spraakverwarring.

De soep is heerlijk maar de dumplings vallen wat tegen. Mijn hoofdgerecht komt sissend op tafel. Het lijken verbrande spare ribs, maar het blijken mijn lamskarbonaatjes te zijn. Merlien krijgt een bord rijst met daarin wat garnalen niet groter dan een knikker. De schaaltjes groente erbij zijn mini. Al met al is het niet erg lekker en zeker veel te weinig. Het stel naast ons heeft de rijsttafel voor twee personen en is ook ontevreden.

Misschien kan het toetje nog wat goed maken. We vragen om de kaart en weer zegt ze “Desserts” en gaat ze met haar vinger langs de vier opties. We kijken elkaar maar niet aan.

“En we hebben ook nog kippebroelle.”
Kippebroelle?” Vragen wij in koor.
“Ki broel le.”
“Ooh crème brûlée!”

Ze laat ons alleen met de kaart. Ik zeg tegen Merlien dat ik voor de rijstpudding met ijs ga, ze mag voor me bestellen terwijl ik even naar het toilet ga. Als ik terugkom ligt ze in een deuk. “Wat jij wil is op!”

We hebben er genoeg van en vragen om de rekening. Die is pittig, we geven absoluut geen fooi. Bij de deur is het voor ons een Dag in plaats van Tot ziens. Slecht gegeten maar heerlijk gelachen!

Geplaatst in bijna 50, Mensen

Nutteloze verbindingen

Lange tijd dacht ik dat iedereen “wist” dat een vier rood is en een H bruin. Het was vanzelfsprekend voor mij. Pas in de pubertijd, toen praten met vriendinnen soms wat meer op filosoferen begon te lijken, kwam ik er achter dat het toekennen van kleuren aan cijfers, letters en aan de dagen van de week behoorlijk vreemd is. Nog weer veel later, met de opkomst van internet, kwam ik er via een topic op een forum achter dat het een bestaand fenomeen is, het een naam heeft en dat het op wikipedia prachtig uitgelegd staat: synesthesie : een soort nutteloze verbindingen in de hersenen.

12345

Het woord maandag is voor mij “gewoon” rood, woensdag is “natuurlijk” blauw en een acht is  “uiteraard” altijd paars. Of ik het van nature heb of dat ik het me heb aangeleerd weet ik niet, ik weet wel dat ik het al sinds mijn kindertijd heb. Ik heb het dus met cijfers en letters (en de dagen van de week) die ik associeer met kleuren, maar sommige mensen schijnen het te hebben met een combinatie van geluid, muziek of stemmen waarbij ze een structuur “zien” van bijvoorbeeld een zachte stof, een korrelige substantie of een glad oppervlak.

Bij kleine kinderen schijnen deze verbindingen vaak (vaker) voor te komen, maar ze verdwijnen meestal, je groeit er als het ware over heen. Naar schatting heeft ongeveer 5% van de volwassen mensen een of andere ‘vorm’ van synesthesie.

Binnenkort wordt ik vijftig, dat is dus duidelijk blauw. Heb ik daarom onbewust voor dit pseudoniem gekozen?

Heb jij het misschien ook of iets waar dit op lijkt? Ik ga nog even lekker genieten van mijn groene zaterdag. Fijn weekend!

Geplaatst in bijna 50, Geen categorie

Tussen Fabeltjeskrantpremiere en maanlanding

Eind zestiger jaren. Er gebeurde veel. De Vietnamoorlog, de Dolle Mina’s, de Beatles uit elkaar, Woodstock, bezetting van het Maagdenhuis. Ga zo maar door.

Ik werd geboren tussen de eerste aflevering van de Fabeltjeskrant en de legendarische maanlanding.

Tiësto werd één dagje eerder geboren, Hans Klok een maandje later.

Binnenkort word ik dus 50. Het klinkt echt als iets om trots op te zijn. En dat is het ook, het wordt een feest. Helemaal nu ik weet dat ik op mijn 50ste weer oma ga worden!

Geplaatst in Mensen

Pinnen? Ja graag!

Zaterdag eind van de middag. Ik sta bij de keurslager voor wat goulashvlees en broodbeleg.

Anders nog iets? Nee, dank u. Dat is dan 14 euro 95, wilt u pinnen? Ja, graag. Ik tik mijn pincode in en druk meteen op OK. Nee, stop! Te laat, u heeft betaald verschijnt al op de display.

De zaterdagshulp heeft een rood hoofd. Ik vraag verwonderd wat er mis is. Oooh, sorry mevrouw, sorry hoor, ik heb het verkeerd aangeslagen. U heeft nu 1.495,- euro gepind.

Iedereen in de winkel moet lachen, behalve de hulp en ik, bij ons lijkt het verdacht veel op kiespijn. Gelukkig lost de slager het op. Ik ontvang het verschil contant uit de kassa.

En nog twee biefstukjes cadeau voor mevrouw, voor de schrik. Fijn weekend!